sluiten
 
Bijlennieuws 2.lamboo
666 pagina's getrommel uit het dal
Martin Lamboo

‘Schrijven is niet een stijl, schrijven is een atmosfeer.’ Met deze zin sluit Snijders het ZKV Andrej Kolosow (Vijf bijlen, p. 197) af – na even laconiek als overtuigend te hebben aangetoond dat het eigene van een verhaal niet zit in de plot (die teruggebracht  tot het vleesloze skelet nogal lullig overkomt), maar in de manier waarop de schrijver dit skelet ‘aankleedt’. Of, zoals Elsschot in zijn beroemde Inleiding tot Kaas schrijft, ‘met stijl besmeert’. Frappant is dat Elsschot het heeft over ‘stijl’, waar Snijders schrijven juist expliciet ‘niet een stijl’ noemt, maar een atmosfeer. Toch denk ik dat beiden hetzelfde bedoelen: door de eigen karakteristieke stijl op het skelet te smeren, creëert de schrijver de unieke atmosfeer, die maakt dat je hem ‘mag’, dan wel ‘waardeert’ - of juist niet. Snijders weet zo’n atmosfeer te creëren. Wie benijdt niet heimelijk deze vrije geest, die altijd in of rond zijn afgelegen boerderij aan het schilderen, zagen, kappen of lassen is, of bezig met de reparatie van zijn kippenhok, na het zoveelste bezoek van vos of ulk? De man met zijn schier eindeloze verzameling interessante boeken, waaruit hij graag en vaak citeert, zonder ook maar een moment te vervelen of belerend over te komen.



Vijf bijlen in Sofia (foto Martin Lamboo)

De man die deze citaten subtiel weet in te vlechten in een ZKV, door ze te koppelen aan een inval, een losse gedachte, een jeugdherinnering, of een recent voorval op de parkeerplaats van de lokale Lidl. We houden allen van Snijders zoals hij  uit deze ZKV's naar voren komt, zijn laconieke levenshouding, wars van elk fanatisme of geestdrijverij, zijn ironie, zijn humor. We verkneukelen ons over het gezicht van de kritische onderwijsambtenaar, die hem bezorgd vraagt of hij ook wel eens positief over onderwijs schrijft. Snijders leest hem een korte notitie voor. ‘De man vroeg wat hier nou positief aan was. Dat ik wel wist wie Bloem was, zei ik.’ Of, als hij tijdens een lezing heeft gerefereerd aan de 140.000 verkochte exemplaren (een ‘niet te bevatten godswonder’) van Tommy Wierenga’s Joe Speedboot: ‘Ik las “Auto” voor uit Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk – konden de mensen ook eens horen hoe het klinkt uit een boek waar er 1500 van verkocht zijn.’ We worden een merkwaardig, ongrijpbaar gevoel van klein geluk gewaar bij het lezen van zinnen als: ‘Na een uur was de trein gerepareerd, en de mensen die hem door het land zagen rijden, wisten niet dat hij kapot was geweest.’ Of: ‘Hij verontschuldigt zich voor de brief, die hij heeft geschreven op de wieken van een gerucht.’ En - vooruit - nog eentje: ‘Nee, geen verandering, ik wil hetzelfde horen, hetzelfde getrommel uit het dal.’
Dat laatste is wat de lezer ook van Snijders verlangt: hetzelfde getrommel uit het dal, 666 pagina’s lang en geen moment vervelend. Het is de atmosfeer die intrigeert en waar je als Snijdersliefhebber liefst zo lang mogelijk in wilt vertoeven.